Jan Campert-prijzen uitgereikt tijdens Schrijversfeest 2017

Gepubliceerd op: 23 januari 2017

Zondag 22 januari zijn op het Schrijversfeest, de afsluiting van het Winternachten Festival, in Theater aan het Spui in Den Haag de Jan Campert-prijzen uitgereikt.

Universeel menselijk

Deze literaire onderscheidingen van de Gemeente Den Haag, werden tijdens het feestelijke programma door Joris Wijsmuller, wethouder van Den Haag voor onder andere Cultuur, aan de eerder bekend gemaakte winnaars uitgereikt. Voorafgaand aan de uitreikingen maakte de Vlaamse dichteres Charlotte Van den Broeck indruk met haar voordracht uit haar nieuwe bundel. Karin Amatmoekrim hield een lezing over de ‘Staat van de Nederlandse letteren’. Een mooi - maar ook wel somber betoog over deze wereld vol chaos, verval, mechanismen van uitsluiting en haat voor ‘de ander’ en hoe de literatuur daar een ‘universeel menselijk’ tegenwicht aan moet bieden.

Jonge Campert-prijs

Naast de traditionele prijzen was er ook een nieuwe poëzieprijs voor aanstormend talent. De voor het eerst uitgereikte Jonge Campert-prijs werd gewonnen door Paula Golunska. Van de drie overgebleven deelnemers aan de poëzieworkshops op Haagse middelbare scholen kreeg zij het hardste applaus voor haar – zeer expressief voorgedragen - gedicht ‘Rotmuizen’.

Lofredes en dankwoorden

Aad Meinderts, voorzitter van de Jan Campert-stichting, kon melden dat het prijzengeld vanaf volgend jaar omhoog gaat. Tijdens het 'hoofdprogramma' werd iedere prijsuitreiking vooraf gegaan door een inleiding van een collega of vriend. Deze inleidingen- en vooral ook de dankwoorden waren indrukwekkend, hartverwarmend en meestal ook buitengewoon geestig. • Jan Baeke ontving de Jan Campert-prijs voor zijn dichtbundel Seizoensroddel. In zijn persoonlijke , emotionele dankwoord hield hij een betoog over de poëzie die verdedigd moet worden, tegen ‘suikerrijk cultureel gemaksvoedsel’. • Anton Valens kreeg de F. Bordewijk-prijs krijgt voor zijn roman Het compostcirculatieplan. Zijn anekdote over zijn heimelijke schrijverschap, dat startte met het maken van notities in zelfvervaardigde groenvilten boekjes was hilarisch. De opschrijfboekjes zouden vernietigd zijn in een ‘zuiverend vuur’ op aanraden van een therapeut. “Met een toekomst als schrijver had hij geen rekening gehouden”. • Kees ’t Hart ontving de J. Greshoff-prijs voor de essaybundel Het gelukkige schrijven. ’t Hart maakte een mooie voorstelling van zijn dankwoord: zijn zoektocht naar ‘het gelukkige schrijven’ zou hij eigenlijk nooit goed kunnen volbrengen als hij een prijs zou winnen, dat staat het ‘gelukkige schrijven’ in de weg, want de schrijver zou zich maar gaan conformeren aan de criteria uit het juryrapport - dat keurslijf wil hij niet. ‘Zelfhaat dreigt’. Maar de ‘5000 euries ’maken veel goed. • Atte Jongstra kreeg de Constantijn Huygens-prijs voor zijn gehele oeuvre.De lofrede door Max Pam was al zeer onderhoudend, met zijn treffende karakterisering van Atte Jongstra (‘ alles met ‘eigen’ in de samenstelling is op hem van toepassing: eigenheimer, eigenhandig, eigengereid, eigentijds”) Maar Jongstra zelf stal de show met een prachtige anekdote over zijn vriendschap met de medewerker van het accu-vervangpunt uit de Amsterdamse Marnixstraat. ‘Als het oeuvre [euvre] af is krijg jij van mij een accu’. Maar Jongstra hoeft geen accu meer, want hij heeft nu de Constantijn Huygens Prijs.Het muzikale optreden van trompettist Eric Vloeimans, die zijn trompet melancholisch of juist opgetogen kan laten klinken, dan weer als een dwarsfluit of als een zwerm bijen, maakte de middag helemaal af. Zijn eerdere optreden tijdens de speciale OVT- uitzending vanuit het Winternachten festival met gesprekken met onder andere Bas Heijne, Arnon Grunberg, Ian Buruma, Karin Amatmoekrim is ook nog hier terug te luisteren.Tekst: Sophie Ham/Literatuurplein