Zoetermeer Schrijft

We dagen de schrijvers onder ons uit in een schrijfchallenge Zoetermeer Schrijft. Je vind hier een aantal korte, inspirerende en creatieve schrijfopdrachten die je aanzetten tot schrijven. Pak je pen (weer) op en schrijf mee!

#ZoetermeerSchrijft

We nodigen je uit om je tekst te delen. Dit is natuurlijk niet verplicht maar wel leuk. Je mag je tekst als een reactie achterlaten of je mag het delen op je persoonlijke social media-kanalen (Facebook, Instagram of Twitter). Vergeet niet om de hashtag #ZoetermeerSchrijft te gebruiken. Zo kunnen we elkaar als schrijvers altijd terugvinden.

Veel succes en bovenal veel schrijfplezier! We kijken uit naar jullie kleurrijke verhalen!

Deze schrijfopdrachten zijn van Jacqueline van Zwieteren van www.hetverhaalachter.nl i.s.m. Bibliotheek Zoetermeer. 

Schrijfopdracht: Gelukmakers

Goed om te weten
Dit is een autobiografische schrijfopdracht. Schrijf je liever fictief? Laat dan je fantasie los op een denkbeeldig personage en zijn/haar gekozen gelukmaker.

Warming-up

Welke min of meer alledaagse dingen maken jou gelukkig tijdens de huidige coronacrisis?
Een verse kop koffie, een warm bad, de tuin vegen, een boek lezen, de was ophangen, een boodschap doen (voor iemand anders), een potje Wordfeud, de schaterlach van je kleinkind, een puzzel van 1000 stukjes, een wandeling door het bos, de openhaard aansteken, een knuffel van je huisdier, een spannend boek, online kleding bestellen, een driegangendiner voor jezelf koken, een yogasessie, een reep pure chocola?
Bedenk een aantal alledaagse dingen die jou in deze tijd gelukkig kunnen maken. Schrijf ze in steekwoorden op. Als je hiermee klaar bent, lees ze dan een keer goed door. Streep daarna weg totdat je er één overhoudt.
Voor dit ene alledaagse ding maak je een lijstje in steekwoorden met alle zintuigen die je te binnenschieten wanneer je aan dit alledaagse ding denkt. Dus wat zie je, wat hoor je, wat ruik je en wat proef je? Hierna maak je een lijstje met alle gedachten en gevoelens die je te binnenschieten als je aan het alledaagse ding denkt. Welke emoties beschrijven je gevoel het best? Hoe verwoord je je gedachten? Vraag jezelf steeds af waarom je iets vindt. Dat geeft meer diepgang en duiding aan je eigen verhaal.
Bijvoorbeeld:
Ik vind het gezellig. > Waarom vind jij het gezellig? > Omdat mijn kinderen er zijn.
Ik vind het saai. > Waarom vind jij het saai? > Ik kan dan met niemand praten.

Schrijven
Zet je wekker op tien minuten en schrijf een korte tekst over het alledaagse ding dat jou in deze tijd gelukkig kan stemmen. Verwerk een aantal van je zintuigen, gedachten en gevoelens in je verhaal. Is de tijd om? Lees je tekst dan na en pas aan waar jij het nodig vindt. Vul aan of schrap totdat je tevreden bent.

Beeld: Fotograaf onbekend

Schrijfopdracht: Kunst kijken

Goed om te weten
Dit is een fictieve schrijfopdracht voor iedereen die het leuk vindt om te fantaseren en met taal een verzonnen tekst te creëren. Dus ook voor jou, de schrijver (in spe)!

Warming-up
Bekijk het schilderij hierboven goed. Het is een van mijn lievelingswerken van Jozef Israëls. Wie zijn die kinderen die je hier ziet? Wat doen ze daar? Wat is hun relatie tot elkaar? Zoeken ze iets of iemand? Hebben ze een naam? Probeer je eens in te leven in één van de kinderen. Wat ziet en/of denkt hij/zij van de situatie op het schilderij? Ziet of weet hij/zij misschien iets wat de schilder niet heeft vastgelegd? Omdat de schilder het niet de moeite waard vond of omdat het niet in zijn gezichtsveld viel? Fantaseer er zeker tien minuten op los. Schrijf alles wat je denkt, vindt, vermoedt of verzint op in steekwoorden. Je schrijft dus nog geen verhaal!
Omcirkel dan tien steekwoorden/associaties die je zéker terug wilt laten komen in je verhaal. Je mag er meer gebruiken maar soms is inzoomen op een paar details waardevoller voor je verhaal dan alles wat je hebt geassocieerd op te sommen in je tekst.

Schrijven
Zet een wekker op dertig minuten. Schrijf het verhaal waarvan jij denkt dat op dit schilderij vertelt wordt. Doe dit in de derde persoon (hij/zij). Geef de lezer het gevoel dat hij nu aanwezig is in het verhaal, daar op het strand, door – als het lukt – in de tegenwoordige tijd te schrijven. Als de tijd om is, ga je woorden tellen. Je tekst mag namelijk niet langer zijn dan 500 woorden, heb je er meer dan zul je moeten schrappen. Heb je er minder, dan hoef je niet aan te vullen, tenzij je dat zelf wilt. Schrappen is lastig, maar maakt je tekst altijd scherper. Kijk bijvoorbeeld naar overbodig geplaatste bijvoeglijke naamwoorden en dubbele zinnen. Staan er woorden en/of zinnen in je tekst die te mooi zijn om zomaar weg te gooien, sla ze dan op in een ander bestand. Ze kunnen altijd nog eens van pas komen in een van je andere teksten.

Beeld: Kinderen der zee, Jozef Israëls, 1872 - Rijksmuseum

Schrijfopdracht: De Elementen

Goed om te weten
De uitkomst van deze schrijfopdracht kan zowel fictief als autobiografisch zijn. Dat bepaal je zelf aan de hand van wat je te binnenschiet bij het zien van de elementen die je straks zelf verzamelt.

Warming-up
Bij alle onderstaande onderwerpen schrijf je op wat je als eerste te binnenschiet. Bij locatie kan dit voor jou Zoetermeer zijn en voor een ander De Efteling, Ikea of Tanzania. Bij emotie kan dit voor de een trots en voor de ander walging of vreugde zijn. Bij een kreet denk je aan ‘Au’, ‘Help’, ‘Stop’ of iets anders in deze strekking. Voor het verzamelen van je elementen denk je niet te lang na. Je kan ook een ander vragen om suggesties te geven bij de onderwerpen.
Bedenk een: Locatie, jongensnaam, keukenvoorwerp, kleur, meisjesnaam, emotie, getal, kreet, seizoen, wens, geluid, dier, weersomstandigheid, voertuig, titel van een boek.

Schrijven
Schrijf een tekst waarin alle elementen een plek krijgen. Sla er geen een over. Je mag flink overdrijven en dramatiseren, maar je mag ook heel serieus blijven. Bepaal zelf of je het fictieve of autobiografische pad opgaat. Schrijf maximaal een half uur. Sleutel daarna zolang aan je tekst tot je tevreden bent. Misschien zegt de tekst – ook de fictieve – wel meer over jezelf dan je zou denken.  

Foto: Bosela op Morguefile.com

Schrijfopdracht: Het gebakje

Goed om te weten
Dit is een autobiografische schrijfopdracht. Schrijf je liever fictief? Laat dan je fantasie los op een denkbeeldig personage en zijn/haar gekozen gebakje.

Warming-up
Heb je een favoriet gebakje? Misschien een harde mokka of een Bossche Bol? Of ga jij voor een appelpunt of kwarktaartje? Misschien ben je geen zoetekauw, dat kan natuurlijk ook. Geen probleem, je kunt deze oefening gewoon meedoen.
Bedenk welk gebakje/taartje jij het allerlekkerst vindt. Het mag ook een gevulde koek, appelflap, een amandel- of saucijzenbroodje o.i.d. zijn. Als je geen enkel gebakje lekker vindt, gebruik je het gebakje dat het eerste in je naar bovenkomt.
Maak vier kolommen, zet bovenaan deze kolommen van links naar rechts de zintuigen zien, ruiken, proeven en horen. Vul de kolommen vervolgens met associaties (in steekwoorden) met het gekozen gebakje in gedachten. Zet een wekker op 4 minuten, stop niet met associëren tot de tijd om is.

Schrijven
Schrijf nu een korte tekst over hoe je het gebakje bij de lezers zou aanprijzen of afraden. Maak gebruik van je steekwoorden uit de zintuigassociatie. Je mag flink overdrijven en dramatiseren, maar je mag ook heel serieus blijven. Probeer wel bij je gevoel en jouw waarheid te blijven. Geef je verhaal een prikkelende titel, anders dan de naam van het gebak. Je schrijft maximaal 15 minuten. Als de tijd om is, lees je je tekst nog eens goed door. Staat er wat je wilt vertellen? Denk je dat de lezer het gebakje ziet, ruikt, proeft of hoort door het lezen van jouw tekst? Met andere woorden, heb je je zintuigen gebruikt tijdens het schrijven? Loopt het water de lezer in de mond?

Foto: Brooke Lark op Unsplash.com

Schrijfopdracht: Contactadvertentie

Goed om te weten
Dit is een fictieve schrijfopdracht voor iedereen die het leuk vindt om te fantaseren en met taal een verzonnen tekst te creëren. Dus ook voor jou, de schrijver (in spe)!

Warming-up
Bekijk en lees de contactadvertenties uit 1870 hierboven. Ze komen uit de collectie van Liefde van Toen, verzameld door Mark Traa (Bron: Delpher.nl). De bovenste – van H. aan Louise – stond als eerste in de krant, de onderste – van L. aan Herman – is een reactie op de bovenste advertentie. Je hoeft nog niets op te schrijven.
Bedenk eerst welke relatie Louise en Herman met elkaar hebben. We zijn geneigd om te denken dat het hier om twee geliefden gaat. Maar misschien is hun relatie wel van een hele andere orde. Zijn het familieleden, collega’s, partners in crime of nog iets anders?
Verzin dan drie verschillende redenen waarom Herman ergens op Louise heeft staan wachten. Waar was dat en op welk tijdstip? En waarom voelde het niet verschijnen van Louise als onverdiend? Schrijf deze redenen in maximaal vijf regels per reden op. Lees ze nog eens goed door en kies er dan één uit waar je mee verder wilt gaan.
Met de gekozen bedoeling van Herman verzin je vervolgens drie redenen waarom Louise niet kon komen. Wie is M.? Schrijft ze de waarheid of is M. een excuus? Schrijf ook deze redenen in maximaal vijf regels per reden op. Lees ze nog eens goed door en kies er dan ook hier één uit waar je mee verder wilt gaan.

Schrijven
Je hebt nu drie ingrediënten voor je verhaal verzonnen: De relatie tussen Herman en Louise, de reden voor het tevergeefs wachten van Herman op Louise en tot slot de reden waarom Louise niet op kwam dagen. Zet een wekker op vijfentwintig minuten. Schrijf een korte tekst over Herman en Louise met als basis de drie ingrediënten. Schrijf je tekst in de derde persoon (hij/zij). Als de tijd om is, ga je woorden tellen. Je tekst mag namelijk niet langer zijn dan 350 woorden, heb je er meer dan zul je moeten schrappen. Heb je er minder, dan hoef je niet aan te vullen, tenzij je dat zelf wilt. Schrappen is lastig, maar maakt je tekst altijd scherper. Kijk bijvoorbeeld naar overbodig geplaatste bijvoeglijke naamwoorden en dubbele zinnen. Staan er woorden en/of zinnen in je tekst die te mooi zijn om zomaar weg te gooien, sla ze dan op in een ander bestand. Ze kunnen altijd nog eens van pas komen in een van je andere teksten.

Foto: Liefde van Toen, verzameld door Mark Traa - Delpher.nl

Schrijfopdracht: Zomers stapelgedicht

Goed om te weten
Dit is een poëzieopdracht voor iedereen die het leuk vindt om met woorden te spelen. Dus ook voor jou, de schrijver (in spe)! Je hebt alleen je boekenverzameling nodig (of met toestemming die van een ander) en een fototoestel of mobiel met camerafunctie.

Warming-up

Ga naar je boekenkast, je boekenplank of daar waar jij je boeken hebt verzameld. Het maakt niet uit wat voor boeken je hebt staan. Thrillers, sciencefiction, studie- of kookboeken. Nederlandse of anderstalige. Historische of commerciële boeken. Streek- of psychologische romans. Voor deze oefening is ieder boek geschikt. En zelfs, ondanks dat je met de titels aan de slag gaat, een boek zonder titel. Als je voor je verzameling staat, laat je je ogen over de titels glijden. Zijn er titels bij die je raken, die je iets doen, die je mooi, vreemd of juist grappig vindt? Niet omdat je de inhoud van het boek kent, maar puur om de woorden in de titel.

Stapelen

Neem het thema zomer in gedachten en zoek nu titels uit die de zomer voor jou vertegenwoordigen. Haal zoveel boeken uit de kast als je wilt en ga dan stapelen in een volgorde waarvan jij vindt dat de woorden elkaar mooi opvolgen, zoals in een gedicht. Het stapelgedicht mag natuurlijk zowel vaag als heel helder zijn, grappig of serieus. Alles al naar gelang je bui, je zin en de titels die je voorhanden hebt. Staar je niet blind op eindrijm (boek-hoek, stop-drop …), binnenrijm (de sloep voer …) of alliteratie (Lotje leerde Leentje lopen langs …). Lees je stapelgedicht een paar maal hardop voor. Klinkt het zoals je het wilt laten klinken? Of wil je toch nog iets veranderen? Je mag er zolang over doen als je wilt én je mag zoveel stapelgedichten maken als je kunt. Je zult merken dat het verslavend werkt.

Foto: Jacqueline van Zwieteren - Het verhaal achter

Schijfopdracht: Kleur bekennen

Goed om te weten
Dit is een autobiografische schrijfopdracht. Schrijf je liever fictief? Laat dan je fantasie los op een denkbeeldig personage en zijn/haar gekozen kleur.

Warming-up
Kijk om je heen. Welke kleuren zie je allemaal? Kies één willekeurige kleur en schrijf deze in het midden van een leeg vel papier. Zet een wekker op drie minuten en schrijf om de gekozen kleur in steekwoorden (dus géén zinnen) alles wat je te binnenschiet met deze kleur in gedachten. Het resultaat noem je ook wel een associatiewolk of spinassociatie. Bedenk dan dat je een sjaal cadeau krijgt in deze kleur. Ben je blij? Is het een kleur waar jij je comfortabel bij voelt? Of ga je hem nooit aantrekken? Vind je de kleur bij je passen of niet? En waarom wel of waarom niet?

Schrijven
Zet een wekker op tien minuten. Schrijf een korte tekst over de gekregen sjaal in de bewuste kleur. Maak gebruik van de steekwoorden uit je associatiewolk om je gedachten en gevoelens omtrent de kleur vorm te geven. Schrijf je tekst in de eerste persoon (ik-vorm).
Als de tijd om is, ga je woorden tellen. Je tekst mag namelijk niet langer zijn dan 150 woorden, heb je er meer dan zul je moeten schrappen. Heb je er minder, dan hoef je niet aan te vullen, tenzij je dat zelf wilt. Schrappen is lastig, maar maakt je tekst altijd scherper. Kijk bijvoorbeeld naar overbodig geplaatste bijvoeglijke naamwoorden en dubbele zinnen. Staan er woorden en/of zinnen in je tekst die te mooi zijn om zomaar weg te gooien, sla ze dan op in een ander bestand. Ze kunnen altijd nog eens van pas komen in een van je andere teksten.

Foto: Jacqueline van Zwieteren - Het verhaal achter

Schrijfactiviteiten in de Bibliotheek

Smaakt deze challenge naar meer? Doe dan eens mee aan het maandelijkse Schrijfcafé of de Verhalenkring | Levensverhalen schrijven. Of bekijk wat de Werkgroep Schrijven en Werkgroep Poëzie kunnen betekenen.